Avondduatlon Halle 2008: 3,6km lopen – 32,8km fietsen – 2,1km lopen
Bij het opruimen van de kelder ontdekte ik 3 weken geleden mijn koersfiets onder een dikke laag stof. Ik schaamde me diep omdat ik er door al m’n loop- en klimactiviteiten de laatste 2 jaar niet meer op had gereden. Ik besloot haast meteen om terug elke dag met de fiets te gaan werken om mijn conditie bij te schaven.
22 Augustus. Op nog geen 100m van m’n voordeur wordt vanavond het startschot gegeven voor de jaarlijkse avondduatlon. In 2005 had ik (goed) getraind en eindigde ik 98e in 1u32. Dit jaar lag het wat anders: mijn enige doel was levend de finish bereiken. Ik zag de duatlon enkel als ‘eens iets anders’ en een goede training voor de komende klimvakantie.
Om 17u begint het te onweren en valt de regen met bakken uit de lucht. Ik krijg schrik, want valpartijen op dit technische parcours zijn niet uitgesloten. Vooral op de 4 fietsrondes met in totaal meer dan 20 hellingen heb ik het niet zo begrepen. Ik trainde de afgelopen 3 weken maar 290km.
Fred, mijn persoonlijke soigneur die om 18u langskomt, heeft –ter vergelijking- net 7500km op zijn fietsteller dit jaar. Hij heeft een zakje ‘producten’ mee die het voor mij wat draaglijker moeten maken: een spieropwarmende, waterafstotende crème en een zelfbruinende olie om mijn pas geschoren benen lekker te doen blinken, want dat is wat fietsers doen, naar ’t schijnt. Aangezien mijn fietsconditie onder het vriespunt zit, ga ik deze keer voor de complete mentale afschrikking van de tegenstand: een mooi gekuiste koersfiets, trendy outfit, gladde benen èn mijn topgadget: een zelfgemaakt snelsluitersysteem voor mijn loopschoenen (1,20 euro bij Veritas).
19u10. Burgemeester Pieters geeft het startschot en de 209 deelnemers spurten meteen de steile Sint-Rochusstraat op. Ik kan redelijk voorin postvatten. Na 2 loopronden kom ik in de wisselzone aan na 12’48 (16,9km/u gemiddeld). Dankzij een zeer snelle wissel pak ik meteen nog een paar plaatsen.
Maar dan begint de strijd. Ik sukkel op mijn fiets en vlieg de eerste helling op. Ik kan in eerste instantie nog aanpikken bij wat tijdrijders tot boven in de Sint-Rochuswijk, waar Jenny en René me staan toe te juichen. Dan komt de eerste bocht, moet ik het pelotonnetje lossen en word ik systematisch door veel renners ingehaald. Na anderhalve ronde is ongeveer de helft van het deelnemersveld me voorbij gesuisd. Volledig volgens de verwachtingen trouwens, I’ve been here before. Nog twee en een halve fietsronde te gaan.
Ik krijg plots acute pijnscheuten in beide kuiten. Al fietsend probeer ik te stretchen, maar dat helpt niet. Op een bepaald moment kan ik zelfs mijn linkerbeen helemaal niet meer plooien. Tom, Fred, Maarten en de enige die me misschien echt kon helpen met hulp tegen die krampen, huisarts Geert Vandercruys, zijn me allemaal al voorbijgesneld. Zowel voor als achter me is niemand meer te zien. Gelukkig is het bergaf en neemt de kramp wat af. Ik schud de benen los en schakel naar een Armstrong-verzet met weinig weerstand (trappen als een gek met een snelheid van 8km/u op het vlakke) in de hoop dat m’n benen wat ontspannen. Ik val net niet om.
Op de zwaarste helling van het parcours staan collega’s Dina en Jan me nog wat moed in te schreeuwen, maar als ik eenmaal de Sint-Rochuskerk terug in zicht heb zijn de krampen niet meer te harden en denk ik enkel nog aan opgeven. Gelukkig staat Lobke langs de kant op dit moeilijk moment. Opgeven is nu geen optie meer. Ik bijt op m’n tanden en fiets de laatste twee ronden zeer rustig uit. Fietstijd: 1u14’12” (26,52km/u).
Na een vlotte wissel (schoenen uit 20m voor de wisselzone, meteen van de fiets, lopend in de zone, fiets plaatsen in fout vak, goed vak zoeken, fiets herzetten, loopschoenen aan, beginnen met lopen, helm vergeten uit te doen, terug naar vak, helm uit, beginnen met lopen) geef ik nog eens alles wat ik kan in de laatste loopronde van 2,1km. Ik haal zowaar nog 6 deelnemers in en finish – tegen alle verwachtingen in - niet op de laatste maar op de 148e plaats van uiteindelijk 191 finishers in een eindtijd van 1u 36 minuten! Ik kan m’n benen niet meer strekken, en na een zalige kuit-massage van Lobke is er maar één ding waar ik naar verlang: HOT-DOGS! En véél!
22 Augustus. Op nog geen 100m van m’n voordeur wordt vanavond het startschot gegeven voor de jaarlijkse avondduatlon. In 2005 had ik (goed) getraind en eindigde ik 98e in 1u32. Dit jaar lag het wat anders: mijn enige doel was levend de finish bereiken. Ik zag de duatlon enkel als ‘eens iets anders’ en een goede training voor de komende klimvakantie.
Om 17u begint het te onweren en valt de regen met bakken uit de lucht. Ik krijg schrik, want valpartijen op dit technische parcours zijn niet uitgesloten. Vooral op de 4 fietsrondes met in totaal meer dan 20 hellingen heb ik het niet zo begrepen. Ik trainde de afgelopen 3 weken maar 290km.
19u10. Burgemeester Pieters geeft het startschot en de 209 deelnemers spurten meteen de steile Sint-Rochusstraat op. Ik kan redelijk voorin postvatten. Na 2 loopronden kom ik in de wisselzone aan na 12’48 (16,9km/u gemiddeld). Dankzij een zeer snelle wissel pak ik meteen nog een paar plaatsen.
Maar dan begint de strijd. Ik sukkel op mijn fiets en vlieg de eerste helling op. Ik kan in eerste instantie nog aanpikken bij wat tijdrijders tot boven in de Sint-Rochuswijk, waar Jenny en René me staan toe te juichen. Dan komt de eerste bocht, moet ik het pelotonnetje lossen en word ik systematisch door veel renners ingehaald. Na anderhalve ronde is ongeveer de helft van het deelnemersveld me voorbij gesuisd. Volledig volgens de verwachtingen trouwens, I’ve been here before. Nog twee en een halve fietsronde te gaan.Ik krijg plots acute pijnscheuten in beide kuiten. Al fietsend probeer ik te stretchen, maar dat helpt niet. Op een bepaald moment kan ik zelfs mijn linkerbeen helemaal niet meer plooien. Tom, Fred, Maarten en de enige die me misschien echt kon helpen met hulp tegen die krampen, huisarts Geert Vandercruys, zijn me allemaal al voorbijgesneld. Zowel voor als achter me is niemand meer te zien. Gelukkig is het bergaf en neemt de kramp wat af. Ik schud de benen los en schakel naar een Armstrong-verzet met weinig weerstand (trappen als een gek met een snelheid van 8km/u op het vlakke) in de hoop dat m’n benen wat ontspannen. Ik val net niet om.

Op de zwaarste helling van het parcours staan collega’s Dina en Jan me nog wat moed in te schreeuwen, maar als ik eenmaal de Sint-Rochuskerk terug in zicht heb zijn de krampen niet meer te harden en denk ik enkel nog aan opgeven. Gelukkig staat Lobke langs de kant op dit moeilijk moment. Opgeven is nu geen optie meer. Ik bijt op m’n tanden en fiets de laatste twee ronden zeer rustig uit. Fietstijd: 1u14’12” (26,52km/u).
Na een vlotte wissel (schoenen uit 20m voor de wisselzone, meteen van de fiets, lopend in de zone, fiets plaatsen in fout vak, goed vak zoeken, fiets herzetten, loopschoenen aan, beginnen met lopen, helm vergeten uit te doen, terug naar vak, helm uit, beginnen met lopen) geef ik nog eens alles wat ik kan in de laatste loopronde van 2,1km. Ik haal zowaar nog 6 deelnemers in en finish – tegen alle verwachtingen in - niet op de laatste maar op de 148e plaats van uiteindelijk 191 finishers in een eindtijd van 1u 36 minuten! Ik kan m’n benen niet meer strekken, en na een zalige kuit-massage van Lobke is er maar één ding waar ik naar verlang: HOT-DOGS! En véél!
Foto's: Jan Cornelis
Reacties
Toch knappe prestatie, ik had waarschijnlijk al tegen de grond gelegen van bij de start :)
Met dat weertje was er bij de eerste ronde al een fietser uitgegleden.